Over Femketolsma

  • Actief sinds: april 18, 2016

Uitgebreide omschrijving

Sorry, geen advertenties gevonden

Russische dwerghamster in huis

Knaagdieren december 12, 2016

Russische Dwerghamster in huis

De bekendste dwerghamster is de Russische dwerghamster. Je ziet ze in ons land veel als huisdier, maar ze komen oorspronkelijk uit Noord-Kazachstan. Dwerghamsters kun je prima als huisdier houden; ze zijn tam je krijgen en hebben niet erg veel ruimte nodig. Hier vindt u meer informatie over een Russische dwerghamster in huis nemen.

Alleen leven

Russische dwerghamsters zijn hele snelle diertjes. Daarom zijn deze hamsters niet geschikt voor kinderen. Russische dwerghamsters zijn solitair. Ze leven alleen en zullen daarom als huisdier ook niet heel graag met meerdere hamsters samen leven. Soms kun je er wel een bij een andere zetten. Ze moeten dan wel van hetzelfde geslacht zijn. Ook moeten ze broertjes of zusjes zijn. Als je gaat proberen om twee dwerghamsters bij elkaar te zetten, moet je ook een back-upplan hebben. Zorg bijvoorbeeld voor een reservekooi. Ze kunnen namelijk gaan vechten en elkaar doodbijten. Dat zit nou eenmaal in hun aard. Het is dus ook niet zielig om een Russische dwerghamster in huis te nemen en alleen te houden.

Verblijf

En hoe moet de kooi eruit zien? Russchische dwerghamsters zijn kleine beestjes en als je ze dus alleen houdt, hoeft de kooi niet super groot te zijn. Denk aan een minimum van 50 bij 30 centimeter, maar groter kan altijd. Je kunt kiezen voor verschillende soorten kooien. Bijvoorbeeld een kooi die door middel van buizen weer vastzit aan een andere kooi.

In de kooi van je dwerghamsters moeten tenminste de volgende dingen staan:

– een looprad
– iets om in te klimmen
– een eetbakje
– een drinkbakje of een fles
– speeltjes

Veel Russische dwerghamsters vinden een zandbad op zijn tijd fijn. Ze doen dit om hun vacht mooi en schoon te houden; zand heeft een schurende en reinigende werking. Voor een goede tandverzorging kun je bijvoorbeeld wilgentakken in de kooi leggen voor het knagen.

Deze dwerghamsters hebben een ritme van vier uur slapen en daarna zijn ze wakker om te eten of te drinken. Ze worden vaak ’s avonds wakker en zijn dan heel actief. Ze zullen dan bijvoorbeeld in het looprad gaan. Daarna is het niet verstandig om de kooi op je slaapkamer te zetten.

Laten wennen

Als je je hamster net in huis hebt, zal hij misschien een beetje gestrest zijn en daarom kun je hem beter eerst een paar dagen laten wennen en nog niet vasthouden. Na die dagen kun je rustig beginnen met het tam maken van je nieuwe huisdiertje. Begin met je hand een stukje in de kooi te steken. Komt hij naar je toe en ruikt hij aan je hand? Geef dan een beloning, zoals een stukje fruit of een zonnebloempit.

Op deze manier zal je hamster jouw hand associëren met snoepjes. Na een tijdje vindt hij je hand niet heel eng meer en zal hij er waarschijnlijk ook op gaan zitten. Het kan wel zijn dat de hamster blijft bijten, ook al doe je voorzichtig en rustig. Sommige hamsters zullen hun territorium willen beschermen en daarom bijten ze als je je hand in de kooi doet. Je kan je dwerghamster een keer in een mandje buiten zijn kooi zetten om te kijken hoe hij dan reageert. Misschien bijt hij nu niet. Het verschilt per hamster wat ze wel en niet fijn vinden. De ene vindt het niet erg om opgepakt te worden, terwijl de ander dat niet wil.

Een Russische dwerghamster in huis nemen?

Ben je op zoek naar een Russische dwerghamster? Bekijk dan het aanbod op BENZOO! Heb je zelf binnenkort een hond te koop? Plaats dan gratis een advertentie op BENZOO.

Nog meer wetenswaardigheden over knaagdieren?

Lees dan één van onderstaande artikelen:

Door: Femke Tolsma

1331 keer bekeken, 2 vandaag

Een schijnzwanger konijn?

Konijnen november 3, 2016

Schijnzwanger konijn

Vrouwtjeskonijnen zijn wel eens schijnzwanger. Ze krijgen signalen van hun lichaam dat ze zich klaar moeten maken op een zwangerschap, terwijl ze helemaal geen lamprei (baby’s) krijgen.

Hoe kan een konijn schijnzwanger zijn?

Een schijnzwangerschap kan alleen voorkomen bij geslachtsrijpe en niet-gesteriliseerde vrouwtjes konijnen, ook wel voedsters genoemd. Meestal ontstaat het nadat een ander konijn op het vrouwtje heeft gereden, waardoor haar lichaam zich gaat voorbereiden op een zwangerschap. Als de rangorde in een groep konijnen wordt bepaald, doen ze dit door op elkaar te rijden. Niet alleen de mannetjes doen dit. Ook de vrouwtjes rijden op elkaar en op mannetjes. Een voedster kan dus denken dat ze zwanger is. Of ze nou is bereden door een mannetje of een vrouwtje.

Hoe merk je of je konijn schijnzwanger is?

Het konijn zal haar lichaam klaar willen maken voor een nestje. Er worden bij het konijn dezelfde symptomen geconstateerd tijdens een schijnzwangerschap en een gewone zwangerschap. Een vrouwtjes konijn begint met het bouwen van een nestje. Ze doet dat met alles wat binnen handbereik is: hooi, kranten, stro. Ook zal ze zichzelf kaal gaan plukken om de haren uit haar borst en buik ook in het nestje te gebruiken. Waarschijnlijk zal je wat kale plekken kunnen zien op het konijn.

De melkklieren van het konijn kunnen vergroten. Door extra hormonen zwellen ze op. Ook kan de voedster agressiever worden. Ze heeft het gevoel dat ze haar nestje moet beschermen en je kan haar daarom ook beter haar gang laten gaan en met rust laten. Na een tijdje zal ze haar nestje niet meer belangrijk vinden en zich weer richten op andere dingen. Een schijnzwangerschap duurt meestal maar 16 dagen, ongeveer de helft van een echte zwangerschap.

Kan je de schijnzwangerschap voorkomen?

Als je niet meer wil dat je konijn schijnzwanger wordt zal je haar moeten laten steriliseren. Het is sowieso slim om dit bij een voedster te doen. Er is een best groot risico op baarmoeder- en borstkanker bij voedsters en dat risico wordt met de jaren groter. Door haar te steriliseren is de kans op deze vorm van kanker een heel stuk kleiner. Schijnzwangerschap kan voor best wat stress zorgen en daarom is het beter voor de gezondheid om je konijn te laten steriliseren.

Nog meer wetenswaardigheden over konijnen?

Bent u geïnteresseerd in nog meer informatie over de verzorging van konijnen, lees dan één van onderstaande artikelen:

Op zoek naar een konijn?

Ben je op zoek naar een konijn? Bekijk dan het aanbod op BENZOO! Heb je zelf binnenkort een konijn te koop? Plaats dan gratis een advertentie op BENZOO.

1263 keer bekeken, 1 vandaag

Rouwende hond begeleiden

Honden oktober 19, 2016

rouwende hond

Als je meerdere honden hebt en er overlijdt er één, dan is dit niet alleen heftig voor het baasje maar ook voor de hond die overblijft. Een rouwende hond maakt wel een ander proces mee dan een mens. Hoe ga je hiermee om?

Op mensen heeft het een grote impact als hun trouwe viervoeter overlijdt. De ene zal er beter mee om kunnen gaan dan de ander, maar elk baasje moet rouwen om het te verwerken. Als je twee honden had en er blijft er nog één over, dan moet die hond het verlies van zijn maatje ook verwerken. Sommige emoties bij honden lijken op die van de mens, maar er verschilt ook het een en ander. Het is belangrijk dat je je hond probeert te begrijpen en te ondersteunen tijdens het rouwen.

Verschillende manieren van rouw

Elke hond zal op een andere manier omgaan met het verlies van een hond uit de roedel. Voor de overblijvende honden is er plotseling een maatje weg. Elke hond pakt het rouwen anders aan. Bij de een zal je het misschien niet eens merken, terwijl de ander helemaal weg kwijnt. Hoe het rouwproces bij honden verloopt, hangt af van verschillende factoren:

– Hoe lang de honden bij elkaar hebben gewoond
– Hoe de baas omgaat met de achterblijvende hond of honden
– Hoe hecht de onderlinge band was
– Of de hond het lichaam van de dode hond heeft gezien
– Of de achterblijvende hond al eerder te maken heeft gehad met de dood

Als honden een hele lange tijd samen hebben gewoond, is de kans groter dat de hond die achterblijft het er behoorlijk moeilijk mee heeft. De onderlinge band tussen honden wordt natuurlijk sterker naarmate ze langer en langer samen zijn.

Het karakter van de rouwende hond is ook belangrijk. Als de hond erg op zichzelf is, zal hij minder moeite hebben met het verlies. Het verwerkingsproces zal sneller verlopen dan bij een sociale hond. Dat geldt ook voor de wat onzekere honden. Zij hingen misschien wat meer op hun maatje en durfden meer doordat de ander het eerst deed. Bij deze honden zal het gemis intenser zijn.

Of de achterblijver het dode lichaam heeft gezien of geroken maakt ook een groot verschil uit met hoe hij ermee opgaat. Ze verwerken de dood beter, als ze zelf ervaren dat de andere hond is overleden. We kunnen natuurlijk niet tegen ze praten, dus door het de hond zelf te laten opmerken kan hij er beter mee omgaan. Als het mogelijk is, betrek je hond dan bij het inslapen van zijn maatje. Een andere optie is om het lichaam mee naar huis te nemen, zodat je hond afscheid kan nemen. Na het ruiken en zien van de dode hond, weet de andere wat er aan de hand is. Honden die niet weten dat hun maatje is overleden, ervaren meer stress als hij er ineens niet meer is. Ze willen hun vriendje dan gaan zoeken.

Gedrag van een rouwende hond

Er is geen pijl op te trekken hoe je hond zich zal gedragen tijdens het rouwen. Dit verschilt per hond. De volgende signalen kunnen duiden op een hond in rouw:

– Niet of bijna niet meer willen eten of drinken
– Lusteloosheid zoals zielig in een hoekje liggen
– De hele tijd hijgen
– Geen zin meer om te wandelen
– Overdreven likken aan zijn poten
– Janken
– Dwangmatig rondjes lopen

Hoe steun je je rouwende hond

Het is belangrijk om je hond zo goed mogelijk te begeleiden bij het rouwen om zijn maatje. Als dit verkeerd wordt aangepakt, kan de stress die gepaard gaat bij het rouwen chronisch worden. Dit gebeurt vooral als er menselijke emoties bij komen kijken. De neiging kan groot zijn om je hond te troosten. Als je zelf verdrietig ben, wil je ook getroost en geknuffeld worden. Bij honden is dit alleen niet handig om te doen. Honden begrijpen weinig van menselijke troost. Als je je hond knuffelt of aait als hij jankt, versterkt dat zijn gedrag. Zijn stress kan vergroot worden, omdat een plotse overvloed aan liefde verwarrend is voor de hond.

Probeer je verder niet anders te gedragen dan normaal. Rustig blijven en geduldig omgaan met je hond is in deze periode belangrijk. Respecteer dat hij uit zijn doen is en zich anders gedraagt. Door de positiviteit te bewaren zal je hond sneller weer herstellen. Er staat geen vaste periode voor. De meeste honden pikken naar een paar weken de draad wel weer op. Dat is het natuurlijke gedrag van honden. Ze rouwen over het algemeen korter dan mensen.

Het is best lastig om de hond niet extra te knuffelen in deze moeilijke periode. Ook heb je het zelf moeilijk met het verlies van de hond. Als je eigen emoties opspelen, zoek dan een plekje waar je ze kan uiten en waar je rouwende hond er niet mee te maken heeft. Je kan het beste uithuilen bij mensen die je begrijpen en naar je luisteren. Voor je hond is het menselijke rouwproces moeilijk begrijpen. Het is veel emotioneler, waardoor je hond het ziet als onstabiel. Hierdoor kan zijn stressniveau weer stijgen en dat wil je juist niet.

Denk eraan dat alles tijd nodig heeft en neem ook de tijd om het verlies van je viervoeter te verwerken. Het beste wat je je rouwende hond kan bieden is rust.

Nog meer wetenswaardigheden over honden?

 

Door: Femke Tolsma

1360 keer bekeken, 0 vandaag

Heeft je paard vaak blessures? Zo verminder je de kans

Dierverzorging, Paarden oktober 10, 2016

Paard met een blessure

Niemand wil natuurlijk een paard met een blessure. Er zijn genoeg maatregelen die je kunt treffen om te zorgen dat de kans daarop heel klein is.

Conditie opbouwen

Voor elk paard is het belangrijk dat zijn bespiering en conditie eerst op niveau is, wil je zwaar gaan trainen. Een jong paard uit de opfok halen en gelijk in zware training zetten is bijvoorbeeld vragen om problemen. Het is belangrijk om de bespiering van je paard geleidelijk op te bouwen. Een manier om aan de conditie en de spieren te werken is een aquatrainer. Hierbij belast je de pezen niet, maar kun je toch trainen. Ook de voeding van het paard moet je afstemmen op de hoeveelheid werk die het paard verricht.

Geen bandages

Als je blessures wil voorkomen kun je beter niet rijden met bandages. Ook al ziet het er misschien mooi uit, door bandages om de benen kan de hitte moeilijk weg. De pezen van paarden kunnen hun warmte moeilijk kwijt. Eiwitstructuren gaan zelfs kapot bij een te hoge temperatuur. Als je kort rijdt kun je bandages best omdoen, maar je kunt het beste kiezen voor peesbeschermers. Deze beschermen ook nog eens tegen aantikken.

Koelen

Tijdens een training ontstaan piepkleine scheurtjes in de peesvezels. Normaal gesproken herstellen die vanzelf tussen twee trainingen in. Tijdens dit herstel kunnen er kleine zwellingen ontstaan. Je kan de onderbenen dan het beste na het rijden ongeveer tien minuten koelen met een zachte waterstraal. Dit bevordert het herstel van de pees. Ook wanneer je al een paard met een blessure rond hebt lopen, is het belangrijk dat het gekoeld wordt.

Rustmomenten

Sommige mensen rijden vaak dezelfde oefening, omdat ze dan hopen dat het paard er steeds iets beter in wordt. Maar dit is niet slim, want er is dan een grotere kans op overbelasting. Met een zorgvuldig opgebouwd trainingsschema is dat te voorkomen. Vergeet de rustdag niet. Je kan opbouwen naar een piekmoment, maar moet het afbouwen voor herstel niet vergeten. Overbelasting is niet goed, maar ook onderbelasting niet. Zoek een balans en zorg er ook voor dat je paard elke dag buiten komt in bijvoorbeeld de wei.

Ondergrond rijbaan

Rijd je normaal gesproken op een perfecte vlakke rijbaan en moet je vervolgens tijdens een wedstrijd op een ongelijk grasveld rijden? Blessures zouden dan om de hoek kunnen komen kijken. Je kan dan het beste extra tijd nemen voor het loswerken en de duur en intensiteit aanpassen. Slimmer is om thuis al af te wisselen van bodem. Als je paard al gewend is aan verschillende ondergronden, raken de pezen er ook aan gewend.

Waak voor je paard met een blessure die terug komt

Je ziet regelmatig dat oude blessures, zoals peesblessures, terugkomen. Hoe kan het nou dat dat vaak gebeurt? Om antwoord op die vraag te krijgen moet je eerst de oorzaak van de blessure achterhalen. Dat kan bijvoorbeeld komen door de bodem, een slechte hoefbalans, enzovoort. Na de revalidatie moet je dan niet op precies dezelfde manier verder trainen. Dan weet je zeker dat de blessure vroeg of laat weer terugkomt.

Nog meer wetenswaardigheden over paarden?

De volgende artikelen zijn wellicht interessant voor u:
Tweelingveulen een leuk beeld maar een groot risico
Hoefzweer bij een paard
Gedragsdeskundige paard en mens
Dierenarstenpraktijk voor paarden “Het Montferland”

Opzoek naar een paard?

Bent u opzoek naar een paard? Bekijk dan het aanbod op BENZOO! Heeft u zelf binnenkort een paard te koop? Plaats dan gratis een advertentie op BENZOO.

 

Door: Femke Tolsma

1694 keer bekeken, 1 vandaag

Peesblessures, een boosdoener bij paarden

Dierverzorging, Paarden september 16, 2016

Peesblessures

Peesblessures bij paarden leiden altijd tot een lange revalidatieperiode. Ook is de pees bijna nooit meer in de conditie te krijgen zoals hij eerst was. Hoe kun je er het beste mee omgaan?

Een pees is de verbinding van een spier met het bot, maar verbindingen tussen twee botten worden ook wel pezen genoemd. Ze bestaan uit collageenvezels in een matrix. Die vezels vormen samen een bundel, die me anders bundels nog grotere bundels vormen. Deze ordening zorgt ervoor dat pezen in staat zijn om op een elastische manier grote trekkrachten te weerstaan.

Ze kunnen bijvoorbeeld beschadigd raken als de bundels hun elastische grens voorbij worden gerekt. Door een landing na het springen van een hindernis zou dit kunnen. De pees beschadigt meestal een klein stukje, je hebt het dan vaak niet door. En dan ineens vormen die kleine beschadigingen een scheur. Pezen kunnen ook beschadigd worden door oververhitting of een infectie.

Hoe herken je peesblessures in een vroeg stadium?

Allereerst moet je je paard goed leren kennen. Leer de basis van zijn anatomie en controleer elke dag zijn benen. Soms is er een onderhuidse zwelling te zien. Door te stappen en te koelen verdwijnen veel zwellingen weer na een paar dagen; dat geldt ook voor sommige zwellingen van peesblessures. Maar dat deze zwelling afneemt, betekent niet gelijk dat het been weer volledig belastbaar is. Hoe pijnlijk een plek is, geeft geen goede indicatie van de blessure. De meeste peesblessures zijn namelijk niet pijnlijk.

Denk goed na over het werk wat je paard doet en wat op zijn beweging een reactie zou kunnen zijn. Zijn er bijvoorbeeld pezen die meer worden belast? Het kan ook zijn dat hij in verzet gaat. Misschien omdat hij de oefeningen lastig vindt, maar het kan ook zijn dat het pijnlijk is. Bij twijfel is het handig een paardenarts in te schakelen. Door middel van een scan kunnen de kleinste beschadigingen al worden opgemerkt.

Hoe ga je met de peesblessure om?

De juiste behandeling is cruciaal en verschilt per geval. Het moet eerst duidelijk worden wel deel van welke pees geblesseerd is en in welk stadium het zich bevindt. De eerste fase is de ontstekingsfase. Het lichaam ruimt hierin het kapotte weefsel op. Een reactie hierbij is: pijn, een zwelling en warmte van de pees. Dit duurt meestal anderhalve week tot drie weken. Belangrijk hierbij is meerdere keren per dag koelen en geen beweging geven. Daardoor kan de blessure juist erger worden.

De tweede fase is de proliferatiefase. In deze fase begint het lichaam van het paard weer peesvezels aan te maken, vaak met een groot deel bindweefsel of minderwaardig collageen. Er zijn wel veel methodes om er voor te zorgen dat dit herstel beter gaat. Voorbeelden zijn stamceltherapie en PRP. Heel belangrijk in deze fase is de juiste belasting. Dit moet niet te weinig zijn, maar ook niet te veel want dat zal juist extra beschadiging aanrichten. Het koelen van de pezen is ook nog steeds nuttig.

Na zes weken volgt weer een andere fase; de remodelleringsfase. In deze laatste fase moeten de peesvezels weer grotere bundels gaan vormen en zich rangschikken in de richting van de rekkracht. De belasting van de pees staat hierbij weer centraal. Naar aanleiding van een echo kan steeds worden bepaald hoeveel belasting de pees aan kan. Deze fase kan aardig wat maanden duren. Door het herstel op een goede manier aan te pakken, kan de herstelde pees de kwaliteit van het origineel benaderen. Toch zal het nooit meer helemaal honderd procent zijn.

Nog meer wetenswaardigheden over paarden?

De volgende artikelen zijn wellicht interessant voor u:

Opzoek naar een paard?

Bent u opzoek naar een paard? bekijk dan het actuele aanbod aan paarden op BENZOO

Door: Femke Tolsma

1228 keer bekeken, 0 vandaag

Loopsheid bij een hond

Dierverzorging, Honden september 15, 2016

loopsheid

Loopsheid betekent de periode waarin het lichaam van de hond zich voorbereidt op het dekken. Eigenlijk een soort van ongesteldheid, maar dan bij honden.

Er is wel een verschil tussen ongesteldheid en loopsheid. Een teefje wordt meestal maar twee keer per jaar loops. Dat gebeurt als ze in de puberteit is gekomen. Bij kleine rassen zal dat ongeveer tussen de zes en tien maanden oud zijn. De grotere rassen komen gemiddeld tussen de tien en zestien maanden in de puberteit. Die loopsheid duurt dan ongeveer drie weken. In die weken zijn er een paar dagen dat het teefje vruchtbaar is.

Honden kennen geen menopauze en ze blijven dus hun hele leven vruchtbaar. Ze blijven hun hele leven loops, maar de vruchtbaarheid neemt wel af naarmate ze ouder worden.

Hoe ga je om met een loopse hond?

Het teefje kan onrustig zijn doordat ze last heeft van haar hormonen. Als ze loops is, kun je er beter niet voor kiezen om dan net een training te gaan beginnen of andere lastige dingen te vragen.

Tijdens het wandelen kun je je hond het beste aan de lijn houden. Binnen die weken dat ze loops is, kun je moeilijk zeggen welke dagen de vruchtbare dagen zijn. Het is niet de bedoeling dat er een reu op springt en haar dekt, dus houd haar in de gaten. Het zou kunnen dat ze minder goed luistert of zomaar weg loopt in deze periode.

Probeer de dekens uit haar mand regelmatig te verschonen. Als er veel bloedverlies is, kun je ook kiezen voor een loopsheidbroekje. Dat is een soort onderbroek waar een maandverbandje in kan. In huis is kan dit broekje er voor zorgen dat er geen vlekken op de vloer komen, maar denk er wel aan dat dit broekje geen dekking kan voorkomen.

Hoe kun je de loopsheid voorkomen?

Als je de loopsheid eenmalig wil voorkomen, kun je kiezen voor een hormoonbehandeling in de vorm van pillen of een injectie. Een reden om hiervoor te kiezen is bijvoorbeeld dat je op latere leeftijd nog met het teefje wil fokken, maar dat de kans nu groot is dat ze ongewenst gedekt wordt. Als je hier gebruik van wil maken, kun je het beste eerst overleggen met de dierenarts. Sommige behandelingen kunnen bijwerkingen hebben, vooral als je ze langere tijd gebruikt.

Een andere optie om de loopsheid te voorkomen is castratie of sterilisatie. Hier kun je voor kiezen als je nooit met je teefje wil fokken en wil voorkomen dat ze nog loops wordt. Castratie, ook wel (ten onrechte) sterilisatie genoemd bij een teefje, wordt gedaan om te zorgen dat ze niet meer vruchtbaar is. Dit is een operatie waarbij de eierstokken worden verwijderd. Sterilisatie is een behandeling waarbij de eierstokken worden onderbroken.

De gevolgen van een castratie zijn ingrijpender. Dat komt doordat de productie van geslachtshormonen door het verwijderen van de eierstokken bijna helemaal wegvalt. Dit heeft vaak ook gevolgen voor het gedrag van de hond.

Nog meer wetenswaardigheden over honden?

De volgende artikelen zijn wellicht interessant voor u:

Opzoek naar een hond?

Bent u opzoek naar een hond? bekijk dan het actuele aanbod aan honden op BENZOO

Door: Femke Tolsma

1792 keer bekeken, 0 vandaag

Puppyverlof een goed idee?

Dierverzorging, Honden september 8, 2016

Puppyverlof

In Engeland experimenteren ze met zoiets als puppyverlof. Het principe is simpel, als je net een nieuwe pup in huis hebt, krijg je verlof om hem op te voeden en te laten wennen aan zijn nieuwe omgeving. Zou dat in Nederland ook goed zijn?

Een op de twintig eigenaren van een nieuwe pup of kitten, krijgen in Engeland betaald verlof. Dat verschilt tussen een paar dagen en een paar weken. Aan EditieNL vertelt Olivier Wiegman van hondenschool de Gabber dat dat in Nederland ook erg goed zou zijn. ‘Het is helemaal niet verstandig om pups gelijk lang alleen te laten. Ze kunnen moeilijk hun plas en poep ophouden en ze moeten langzaam leren om alleen te zijn.’ Gelijk een hele dag alleen kan eng zijn.

Socialiseren van de pup tijdens puppyverlof

‘Je moet je nieuwe hond socialiseren en laten wennen aan andere honden uit de buurt.’ Volgens Wiegman is het opvoeden van een pup vaak veel meer dan de baasjes verwachten. De belangrijkste leerperiode voor een pup is tussen de acht en twaalf weken. ‘Tijdens deze weken is het heel belangrijk dat je veel tijd met je hond doorbrengt om hem te laten wennen aan zijn nieuwe thuis en baas.’

Een nieuwe pup of kitten in huis, betekent niet dat je baas daar gelijk vrij voor gaat geven. Piet Fortuin, de voorzitter dan VNC Vakmensen, zou het geen slecht idee vinden om werknemers met een nieuwe hond puppyverlof te geven. Maar het is aan de werkgevers om dit op te nemen in een arbeidsovereenkomst. Zolang een afspraak over puppyverlof niet in strijd is met de wet, heeft hij geen bezwaar.

Veel aandacht nodig

In Groot-Brittannië kwam Greg Buchanan, baas van technisch bedrijf Bitsolutions, erachter dat zijn nieuwe geadopteerde pup erg veel aandacht nodig had toen hij net in huis kwam. Daarom wil hij puppyverlof mogelijk maken voor al zijn werknemers. Wel wordt er per geval gekeken of het verlof nodig is. Wij zijn benieuwd wanneer dit puppyverlof naar Nederland zal overwaaien. Wat vinden jullie hiervan?

Opzoek naar een puppy?

Bent u opzoek naar een puppy? Bekijk dan het aanbod op BENZOO! Of heeft u zelf binnenkort puppy’s te verkoop? Plaats dan een advertentie op BENZOO!

Meer wetenswaardigheden over pups?

Lees ook één van onderstaande artikelen:

Door: Femke Tolsma

1783 keer bekeken, 0 vandaag

Katten brengen muizen mee, waarom?

Katten september 8, 2016

katten brengen muizen mee

Katten waren vroeger bij uitstek de beste vangers van ongewenste dieren in huis; het vangen van knaagdieren was heel belangrijk. Tegenwoordig hoeft dat niet meer, dus waarom doen ze dit nog steeds? Katten brengen muizen mee als cadeautje.

Katten brengen muizen mee, waarom?

Een huiskat hoeft niet te jagen, want hij krijgt natuurlijk brokjes in zijn voerbakje. Toch hebben veel katten de behoefte om prooien te vangen. Dr. Christensen Bell van Veterinary Behavior Consultations vertelt dat voornamelijk moederkatten dit verdrag vertonen. Het is namelijk een onderdeel van het ouderschap. Ze brengen dode vogels en muizen mee naar hun huis om de kittens te leren over de prooi en over het vangen ervan.

Maar niet alleen moederkatten vangen prooien en brengen ze mee naar huis. Ook andere katten brengen muizen mee als ‘cadeautje’. Het kan dan zijn dat ze eigenlijk al genoeg gegeten hebben en het hapje mee hebben genomen om later te eten. Maar katten kunnen ook gewoon een trofee van hun jacht meenemen als trots. Sommige houden helemaal niet van muizen.

Volgens Christensen Bell zijn katten kieskeuriger over wat ze eten dan over wat ze vangen. Ze vinden de jacht gewoon te leuk. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat katten muizen veel vaker meenemen en niet eten, dan wel eten. Er werden geen resten van muizen teruggevonden in het maagdarmkanaal.

Wat kun je er aan doen?

Het komt best vaak voor dat baasjes onbewust hun katten aanmoedigen om nog een keer met een dode muis thuis te komen. De kat krijgt extra aandacht en dan zal hij er waarschijnlijk nog een keer één meenemen. Het is dus belangrijk om er geen aandacht aan te besteden, want je wil je kat niet het idee geven dat het goed is wat hij doet. Maar straffen is ook geen slim plan. Onthoud dat het jagen natuurlijk gedrag is van katten. Ze doen niets verkeerd.

Jagen is nou eenmaal een eigenschap van een kat die hij nooit zal verleren. Je kan je kat wel laten jagen op speeltjes. Schaf bijvoorbeeld nepmuisjes aan die je kan opwinden en weg laten schieten. En ook een muisje aan een hengel is leuk. Zo kun je met je kat spelen en kan hij toch zijn jachtgevoel een beetje kwijt.

Nog iets dat kan helpen is een belletje aan de halsband van je kat. Zo kan hij geen dieren besluipen. Ze horen hem namelijk al snel aankomen.

Op zoek naar een kat?

Ben je op zoek naar een kat? Bekijk dan het aanbod op BENZOO! Heb je zelf binnenkort een kat te koop? Plaats dan gratis een advertentie op BENZOO.

Door: Femke Tolsma

1238 keer bekeken, 1 vandaag

Veulentweeling, een leuk beeld maar een groot risico

Paarden augustus 4, 2016

Veulentweeling

Een merrie met aan haar zijde twee veulentjes. Een veulentweeling: mooi om te zien en een beeld dat echt bij de lente past. Maar het blijkt helemaal niet zo goed te zijn voor de merrie. Er zit zelfs een groot risico aan.

Geen ruimte bij een veulentweeling

In de Hoefslag vertelt Tom Stout dat er een groot risico zit aan een tweelingdracht. Hij is hoogleraar inwendige ziekten en voortplanting van het paard aan de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. ‘Onderzoeken wijzen uit dat slechts een procent van alle tweelingdrachten een goede afloop kent waarbij zowel de merrie als de twee veulens er zonder problemen vanaf komen. De overige 99 procent geeft aan dat het alles behalve een bonus is als er twee veulens op komst zijn.’

Volgens Tom Stout is het gebrek aan ruimte een van de belangrijkste oorzaken van een mislukte tweelingdracht. ‘Een paard heeft een grote diffuse placenta. De aanhechting tussen baarmoeder en vruchtvliezen is niet erg intiem, daarom is een grote placenta nodig om voor genoeg voedingsstoffen te zorgen. En dat kost ruimte. In de baarmoeder is te weinig plaats voor de ontwikkeling van twee volledige placenta’s en twee veulens. Een paardenlichaam is er niet op gebouwd om twee gezonde veulens op de wereld te zetten.’

Tweelingdracht lost soms vanzelf op

Het gebeurt regelmatig dat het lichaam van de merrie het probleem zelf oplost. In de eerste zestien dagen van de dracht bewegen de vruchtblazen los door de baarmoeder. Op de zestiende of zeventiende dag nestelen ze in in de baarmoeder, bijna altijd in de basis van een baarmoederhoorn. Bij een tweeling kan het dan zijn dat ze samen in een hoorn komen of de ene in de linker hoorn en de ander in de rechter.

Bij ongeveer twee-derde komen ze naast elkaar in de hoorn te zitten. Ze zitten dan tegen elkaar en gaan concurreren. Dan pakt het voor een van de twee wel eens ongunstig uit. Die sterft af en zal oplossen in het lichaam. Er blijft dan nog één embryo over, waarna de dracht normaal door kan gaan.

Tom Stout vertelt dat het beter is om als dierenarts al vroegtijdig in te grijpen en het niet over te laten aan het toeval. Voor de zeventiende dag moet de merrie dan gescand worden. Als er een veulentweeling wordt geconstateerd, dan wordt een van de vruchtblazen kapot geknepen. Dan kan de merrie daarna één gezond veulen op de wereld zetten. Het is beter om al in te grijpen meent Stout, want het paardenlichaam lost het niet altijd vanzelf op. ‘Laat de merrie daarom altijd scannen voor de zeventiende dag, dan is ingrijpen nog simpel. Daarna vergroot het risico zich met de dag. Tot vier maanden dracht is nog in te grijpen zonder ernstig gevolg voor de merrie.’

Zelfs als een tweelingveulen levend en ogenschijnlijk sterk wordt geboren, is het gevaar nog niet geweken. De meeste tweelingen hebben veel zorg nodig, want ze zijn vaak klein en zwak. Stout wil dus meegeven dat je aan het begin van de dracht echt de merrie moet laten scannen om te controleren of het gaat om een eenling of een tweeling. En als het om een tweelingveulen gaat, laat de dierenarts dan gelijk ingrijpen. ‘Laat je niet misleiden door het romantische idee van een tweeling, want de kans dat het goed gaat is heel erg klein.’

Opzoek naar een veulen?

Bent u opzoek naar een veulen? Bekijk dan het aanbod op BENZOO! Heeft u zelf binnenkort een veulen te koop? Plaats dan gratis een advertentie op BENZOO.

Door: Femke Tolsma

1036 keer bekeken, 1 vandaag

Tekenbeet bij je hond

Dierverzorging, Honden juli 29, 2016

Tekenbeet

Honden krijgen wel eens een tekenbeet als ze lekker in het bos zijn geweest; dat komt helaas vaak voor. Wees er daarom altijd alert op en controleer na het wandelen je hond.

Wat doen teken?

Teken zijn spinachtige parasieten die vaak zitten in struiken en grassen. Als je hond door de struiken rent, laat de teek zich los en nestelt zich in de huid om zo bloed te kunnen zuigen. Teken zijn soms heel klein, maar soms ook groter. Het kan variëren van 1 mm tot 1 cm. De meeste teken hebben een voorkeursplaats voor oren, nek, kop en poten, maar ze zitten ook wel op andere plekken. Je moet je hond dus altijd helemaal nakijken.

Teek op de huid

Bijna nooit gaat een tekenbeet gepaard met jeuk. Er ontstaat soms een rode gezwollen plek op de huid waar de teek heeft gezeten. Deze rode plek trekt over het algemeen binnen een paar dagen weg.

Denk eraan dat je teken echt zo snel mogelijk weg haalt. Binnen 24 uur dient het kleine beestje van je hond gehaald te zijn. Teken kunnen namelijk gemene ziektes overbrengen, zoals de ziekte van Lyme. Binnen 24 uur hebben ze alleen nog niet de kans om ziekmakende bacteriën over te brengen. Houd daarom de tekenbeet in de gaten.

Hoe haal je een tekenbeet weg?

Met een speciaal tangetje kun je de teek makkelijk verwijderen. Bijvoorbeeld met een tekenpincet van Trix of een otom-haakje. Nadat de teek weg is gehaald, kun je de plek het beste ontsmetten.

Let op: draai de teek er heel rustig en voorzichtig uit. De monddelen moeten loskomen uit de huid. Als je te hard trekt, gaat het lichaam van de kop af en blijft de kop vastzitten in de huid. Dan is de kans op een ontsteking groter en dat moet je juist voorkomen.

Ziekte van Lyme

Een ziekte die door teken wordt overgedragen is de ziekte van Lyme. Deze ernstige aandoening wordt veroorzaakt na besmetting van de Borrelia bacterie na de beet van een teek. In heel Nederland komen besmette teken voor. Uit onderzoeken is duidelijk geworden dat ze bijvoorbeeld veel zitten op de Hoge Veluwe en rondom Ede.

Symptomen

Gewrichtsontsteking is het meest voorkomende verschijnsel. De hond kan dan van het ene op het andere moment kreupel lopen en pijn hebben aan meerdere gewrichten. Maar ander symptomen kunnen er ook op wijzen:

– Verlies van eetlust
– Uitdroging
– Koorts
– Gezwollen lymfekieren
– Aantasting van de nieren

Bij mensen met Lyme zie je rondon de beet van een teek een rode rand, maar dat is bij honden en katten niet het geval. Het ontwikkelen van een bult zegt niets over het ontwikkelen van Lyme.

Hoe wordt het behandeld?

Deze aandoeding wordt behandeld met antibiotica. Meestal is dit Doxycycline. Een hond met Lyme reageert normaal gesproken binnen een paar dagen op de ziekte. Twijfel niet om naar de dierenarts te gaan als je bovenstaande symptomen opmerkt. Als je er niet snel genoeg bij bent kan het schade aan de nieren brengen.

 

Op zoek naar een hond?

Bent u op zoek naar een hond? Bekijk dan het aanbod op BENZOO! Heeft u zelf binnenkort een hond te koop? Plaats dan gratis een advertentie op BENZOO.

 

Door: Femke Tolsma

1766 keer bekeken, 1 vandaag

Pagina 1 van 31 2 3